Grossglockner
Deelonderwerpen
Grossglockner
- Algemeen
- Foto route
- Video's
- Verhaal
Mijn beklimmingen
Mont Blanc
Nadelhorn
Nadelhorn2
Lenzspitze
Mont Blanc du Tacul
Castor
Alphubel
Rimpfischhorn
Breithorn
Pollux
Pollux2
Allalin
Weissmies
Laginhorn
Fletschhorn
Grossglockner
Aiguille du Chardonnet
Morgenhorn
Galenstock
Aiguille du Tour
Zuckerhutl
Fluchtkogel
Wilder Pfaff
Taschach
Ben Nevis


Algemeen

Naam: Grossglockner
Hoogte: 3798 meter
Datum geklommen: 20-10-2005
Route:Berglerrinne en noordwestgraat, D
Aantal hoogtemeters tot aan top:550
Weer:Eerst zonnig, later bewolkt


Overzichtsfoto



Video's

Hier enkele video's opgenomen in deze tocht (gemaakt door Bart Verstegen en Carly Vulders - enige wachttijd...):

- Filmpje vanaf Bivakschartel (zonder geluid)
- Ik in bovenste gedeelte in de wand (zonder geluid)
- Terugweg van Franz-Josef Hohe (met geluid)

Verhaal beklimming

In de verte gloort het morgenrood, terwijl de lichtjes van Carly en Bart dichterbij komen. Wat een mooi gezicht! Het engste en moeilijkste gedeelte is voorbij, we zitten in de werkelijke Berglerrinne. Ik werp een vluchtige blik naar boven, maar het einde van de Rinne is bij lange na niet te zien. Terwijl Carly en Bart naast me komen staan weten we het alledrie: dit gaat ons lukken!



Onzekerheden staan bij ons alledrie op het gezicht te lezen. Wat gaat het weer doen? Wat zijn de condities? Wat gaan we precies doen? Allemaal vragen die door ons hoofd schieten. Halverwege de reis praten we over wat we precies gaan doen. Er lag een vaag plan op tafel om eerst naar de Oberwalderhutte te gaan voor het beklimmen van de Hohe Riffl noordwand, om vervolgens naar het Biwakschartel op 3200 te gaan voor het beklimmen van de noordwand. Hiervoor hadden we nog een plan voor de Studlgraat. Daar begon het allemaal mee. Bas en Wouter zouden dan meegaan en hun zouden de noordwand doen, terwijl wij de Studlgraat zouden beklimmen. Helaas konden mijn vrienden niet mee door hun studie. Uiteindelijk gingen we met twee verschillende groepen naar de Glockner. Robert, Jurgen en Dennis reden zondagochtend al weg, terwijl Carly, Bart en ik op dinsdag wegreden.

In de auto komen we op het idee om meteen naar het biwak te lopen om daar de volgende de noordwand te beklimmen. We wegen de voor –en nadelen af en besluiten uiteindelijk het erop te wagen. Vanaf de Hoffmanshutte is het immers maar 2.5 uur lopen. Het laatste stuk over de Grossglocknerstrasse mag ik rijden. Zo hard mogelijk rijd ik erover en om half 4 staan we op de parkeerplaats. Na een half uur materiaalchecken lopen we richting de Hoffmanshutte, waar we definitief besluiten om naar het biwak te lopen. Een lange beklimming begint. Terwijl ons tempo er toch goed inzit komen we pas half 10 aan bij de hut. Het laatste uur ging moeizaam, alledrie zaten we er doorheen. Zoals altijd sloeg de hoogte in op mijn maag en ik moet me bedwingen door niet te gaan kotsen. Bij het biwak aangekomen blijken er vier Polen te zitten. We wisten al dat er wat mensen zaten, doordat we een lichtje zagen. Van deze vier Polen krijgen we wat thee. Na wat spullen te hebben binnengedropt voel ik alles in mijn maag omhoogkomen en ik ren snel naar buiten het biwak. Ik kots en daarna is het gelukkig over met de verschijnselen van hoogteziekte. De nacht is erg krap, maar wel warm. Ons plan is om 6 uur eruit te gaan voor de beklimming van de Berglerrinne. De polen vragen aan ons of zij de Pallavicinirinne kunnen beklimmen, ze hebben pickels en geen ervaring…. Ik raad het ze af, maar zeg wel dat er in de Pallavicinirinne een ‘escape-route’ zit, waardoor de Rinne voortijdig verlaten kan worden. Zij willen ongeveer om 7 uur opstaan. Ik wil het liefste er om half 4 uur uit, maar dat krijg ik er niet door bij mijn klimgenoten. Zelf ben ik ook te kapot als ik eerlijk ben.



De volgende ochtend zijn we uiteindelijk veelste laat weg. Na een touwlengte solo te hebben geklommen, besluiten we om terug te gaan. We hebben geen tactiek, mijn stijgijzer zat duidelijk niet goed vast, er komt een ware sneeuwstorm naar beneden door het couloir en we voelden ons alledrie brak. Mijn ergste maagpijn is voorbij, maar toch voel ik dat ik er nog wat last van heb. Om half 10 staan we wat ontmoedigd aan het begin van de route. Ik voel dat ik heb gefaald….de anderen willen in eerste instantie naar beneden, maar uiteindelijk besluiten om te beslissen bij het biwak. De polen komen nu lekker op hun dooie gemakje langs om maar eens de Pallavicinirinne in te gaan. Bart praat nog even met ze over dat ze veel te laat zijn en dat de omstandigheden door spindrift niet ideaal zijn, maar ze gaan toch. Bij het biwak aangekomen zijn we het snel met elkaar eens. Morgen beklimmen de Berglerrinne. We besluiten om nu lekker de tactiek door te praten, al het materiaal op orde te brengen en veel te rusten. Een heerlijke dag volgt. We kijken nog wat de polen doen, maar na een middagdutje raken we ze uit het oog. Na wat doorbespreken komen we tot de volgende conclusie: ik klim de eerste drie lengtes voor, waarna we door het couloir heen zijn en in de werkelijke Berglerrinne komen. Hier kijken we hoe de omstandigheden zijn. Bart klimt alles voor op de graat. Voor de hele route staat zo’n 6.5 uur. Gezien onze ervaring stel ik voor dat we uitgaan van 9 uur naar boven. Dat betekend vroeg vertrekken. Om 3 uur staat dan ook de wekker…..

De spanning ’s avonds is om te snijden. Als de zon ondergaat denk ik terug aan vele beklimmen van mij. Ik kijk terug hoe ik er een jaar ervoor voorstond. Na twee cursussen dacht ik te kunnen klimmen, maar mijn touwtechnieken waren dik onvoldoende. Technisch klimmen kon ik wel, maar dat is maar één aspect van klimmen. Gelukkig leerde Bas mij alles bij. Ik was niet de meest snelle leerling, maar uiteindelijk begon het toch door te dringen. Ik denk ook terug aan de zomer. Aan Wouter, van wie ik toch veel mocht leren en aan de tochten met Carly. Op dit moment rest echter alleen de spanning voor morgen…..wat wordt het weer? Het zou nog goed worden. Dat couloir waar we gisteren faalde, hoe zal dat morgen zijn? Honderden vragen spoken door mijn hoofd. Mijn verstand roept een ding: ga naar beneden, terwijl mijn hart zegt dat ik hier niet voor niets lig te woelen…. Onrustig val ik in slaap.



Als de wekker om drie uur gaat ben ik er vrij snel uit. Er moet nog sneeuw worden gesmolten. Het is helder buiten en de maan staat mooi aan de hemel. Ik hak snel wat ijs en we beginnen te smelten. Het duurt wat langer dan we hadden verwacht. Om vier uur staan we buiten onze spullen aan te doen. Bart en ik wisselen een blik en hij zegt: ‘Wat een duivel, deze berg’. Ik kan niets anders als hem gelijk geven. Zo in het donker is het een waar kolos, deze Glockner noordwand. Uiteindelijk staan we allemaal klaar en schudden we elkaar de hand. De vastberadenheid straalt er vanaf en we weten het allemaal: dit moet lukken! Om vijf uur staan we aan het begin van de route. We zijn alledrie vastberaden en schudden elkaar nogmaals de handen. Ik krijg nog een paar suc6en naar mijn hoofd en begin dan met voorklimmen. In de firn is het puur genieten, al snel kom ik in het couloir in het blanke ijs. Met het 60 meter touw kom ik precies waar we gisteren moesten omkeren. Na snel een paar ijsboren erin draaien, kunnen de anderen nakomen. Hierna komt het moeilijkste stuk. Een couloir van zeker 70 a 80 graden en waar het stopt is niet echt duidelijk te zien. Vlak boven de standplaats draai ik meteen een boor erin. Het couloir gaat me makkelijker af, dan ik in gedachten had. Zomerijs klimt veel makkelijker als winterijs. Boven het couloir moet ik me even orrienteren. Het is in zo’n wand een werkelijk dolhof…..Ik kom hier meer in een zachte firn. Je voeten kan je ver in de sneeuw stampen en het klimmen is dan niet meer zo moeilijk. Ik klim de touwlengte uit en graaf een totermann om aan te zekeren. Snel staan mijn vrienden naast me. We besluiten dat ik de laatste touwlengte om in de Rinne te komen nog voorklim. Als het daarna nog deze omstandigheden zijn, gaan we solo. Snel klim ik naar boven waar ik meteen roep dat ze kunnen nakomen. Na zo’n anderhalf uur klimmen hebben we er drie touwlengtes opzitten. De Rinne is nu duidelijk te zien en het moeilijkste is achter de rug. We besluiten solo te gaan en ik neem het taakje op me om het touw naar boven te nemen. De rest van de Rinne gaat als een droom. Carly spoort tot aan de graat door. Een zwaar karwei. Ik en bart klimmen daar op ons gemakje achteraan en maken wat foto’s en flimpjes. Het is een mooi moment als de zon opkomt. Bart en ik wisselen enkele blikken en Bart glimlacht van puur plezier. Het is fantastisch mooi klimmen hier. Om ongeveer half 9 komen we al op het punt waar we kunnen kiezen om de werkelijke Rinne te volgen of een linkervariant te nemen van 55 graden. We besluiten het laatste te doen, omdat de omstandigheden toch goed zijn. Al snel merk ik duidelijk dat het stijler wordt…..is dit 55 graden? We klimmen door een wat bochtig gedeelte, waar het ijs steeds harder wordt. Pffff….blankijs! Ook dat nog. Vermoeidheid slaat in mijn bovenbenen en kuiten en dan ook nog even kuitenbijten. We kunnen er gelukkig gedeeltelijk omheenklimmen, dat scheelt een hoop.



De laatste tien meter van de Rinni zijn tevens ook de engste. Een stenen plaat, met een laagje ijs erop. Daarnaast ligt een couloirtje, ook van steen met wat ijs erop. Van afstand ziet het er wel naar uit om het solo te klimmen, waar Carly dan ook meteen aan begint. Halverwege het couloir loopt hij vast en moet hij op de plaat komen. Het duurt nogal lang en Bart gaat over de stenen plaat. Ik had hem nog nooit in paniek gezien, maar het is duidelijk dat hij zich er niet op zijn gemak voelt. Bij tegelijk roepen zowel Bart als Carly dat ik niet hun route moet nemen….tja wat moet ik daar nu mee? Ik besluit het couloir te nemen. Eenmaal erin is het een stuk steiler als je van afstand zou vermoeden. Ik klim me vast en roep toch wat verschrikt naar boven wat ik nu moet doen. Carly roept terug dat ik op de plaat moet komen. Echt makkelijk is dat niet, omdat die een stuk schuinboven mij ligt. Na een paar tikken met mijn ijsbijl zit hij pas goed in het ijs. Mijn rechtervoet zet ik af tegen de andere kant, terwijl ik mijn linkerstijgijzer ook op de plaat zet. Na mijn rechterijsbijl ook in het ijs geslagen te hebben is het een kwestie van je gewicht op de plaat gooien en hopen dat de bijlen het houden. Ze houden het gelukkig makkelijk. Uithijgend besluit ik toch maar naar de graat te klimmen. Daar merk ik dat mijn vingertoppen weer aan het warm worden zijn. Erg pijnlijk…..Ondertussen is het ook helemaal betrokken. De zuidzijde van de Glockner is helemaal onder de wolken, terwijl de noordzijde praktisch wolkenvrij is. Bart maant aan tot spoed en al snel begint hij met voorklimmen. Met de hoeveelheid sneeuw is dat een heel karwei. Op de graat is het ook ijzig koud, ik kan dan ook niet wachten om de top te bereiken. Bart klimt gelukkig goed voor en om 1 uur horen we een vreugdekreet vlak boven ons. Nadat ik een paar stappen heb gedaan zie ik Bart op de top staan. We heffen beiden onze vuisten op! Op de top is niets te zijn, behalve een kruis en wolken, wolken en nog eens wolken. Na afgelopen zomer ben ik er al een beetje aan gewend geraakt. Carly maakt een filmpje en al snel racen we omlaag aan kort touw. In de wolken is het echter moeilijk om de Franz-Josef Hutte te vinden. Na enig zoekwerk hebben we hem dan toch gevonden. We zijn alledrie erg blij, dit veranderd snel als we het winterruim openen en maar vier kleine matrassen zien…. Snel gooien we de spullen in de hoek. Ik stel voor dat we het een beetje organiseren, voor het geval dat er nog wat meer mensen gezellig bij ons komen liggen. ’s Middags vallen we al snel in slaap. We worden hieruit gestoord als de deur open wordt gegooid en de vier polen binnen komen lopen! Waar komen die nu vandaan?



We raken aan de praat en dan blijkt dat ze een nacht hebben door gebracht in de Pallavicinirinne. Ze waren te laat vertrokken en hebben uiteindelijk een bivak moeten maken in de wand. Ze zijn er vandaag verder geklommen en er via de ‘escape-route’ de Rinne weer verlaten. Raar volkje…die polen. Een krappe nacht volgt en ik ben dan ook blij als we om 7 uur allemaal wakker worden. Alles is nog steeds mistig, al schiet er soms iets open en dan is het uitzicht fenomenaal. De polen hebben een gps waar we wat belangrijke punten opzetten, we kijken in het gidsje en op de kaart en hebben dan ook snel door welke route we moeten volgen. Halverwege de afdaling trekt alles gelukkig open. Een fantastisch panorama. Wolken die rond bergen dansen, de Glockner op de achtergrond, de zon die schittert in de sneeuw. Het is puur genieten. Eenmaal op de wandelpaden wordt het allemaal weer wat bewolkt en lopen we snel verder naar beneden. De klim vanaf de gletscher naar de Franz Josef Hohe duurt lang, maar als het moment daar is dat we weer bij de auto zijn is dat alweer vergeten.

Zie voor foto's de fotopagina van de Grossglockner.